Vier Maskers (1976) is een visueel krachtige weergave van de veelzijdigheid van identiteit. Vier gezichten vloeien symmetrisch in elkaar over, een visuele symfonie van verbondenheid en verwarring. De strakke lijnen en alziende ogen, die zowel kijken als gezien worden, benadrukken de paradox van waarheid en schijn in de menselijke ervaring. Elk oog kijkt, maar wordt ook bekeken — een constante interactie tussen waarneming en observatie.
De verdeling in kwadranten creëert een gevoel van structuur, terwijl de vloeiende vormen en de spanning die ze met zich meebrengen de ongrijpbaarheid van de menselijke identiteit weerspiegelen. Vier Maskers vraagt zich af: Welke gezichten tonen we aan de wereld, en welke blijven verborgen in de schaduwen van onszelf?
Dit werk nodigt uit tot reflectie over onze interne maskers — de identiteiten die we dragen afhankelijk van wie we zijn, en hoe we onszelf zien en gezien willen worden.