Het Gouden Koord (1999) biedt een reflectie op de relatie tussen leven en dood, een visuele verkenning van sterfelijkheid en de onvermijdelijkheid van het einde. Het werk toont het indrukwekkende hoofd van een Dobermann, met zijn open bek en scherpe tanden, een symbool van kracht, vastberadenheid en waakzaamheid. De hond, als archetype van de bewaker en beschermer, vertegenwoordigt de strijder die vastberaden is in zijn taak, maar ook kwetsbaar is voor de onvermijdelijke dood.
Binnen de mond van de hond bevindt zich een miniatuur doodskist met de initialen van de kunstenaar, wat de vergankelijkheid van het lichaam en de onontkoombaarheid van de dood benadrukt. De strop om de nek van de hond verwijst naar het gouden koord, dat symbool staat voor de verbondenheid tussen leven en dood, voor het ademen van het leven en de overgang naar het onbekende.
Het Gouden Koord is een meditatief werk, dat ons uitnodigt om na te denken over de relatie tussen de sterfelijkheid van het fysieke en de spirituele kracht die we in het leven moeten vinden. Het herinnert ons eraan dat, ondanks onze kracht en vastberadenheid, we allemaal verbonden zijn met het onvermijdelijke lot van de dood.